Voortgezet onderwijs

Wanneer er gesproken wordt over het onderwijs in Nederland, is het voor veel mensen direct duidelijk hoe het basisonderwijs in elkaar steekt. Daar zijn de afgelopen jaren vrij weinig veranderingen te zien geweest, wat ervoor zorgt dat de meeste mensen goed snappen hoe dit werkt. Wanneer je naar het voortgezet onderwijs gaat kijken, zie je een beeld dat volledig anders is. Wie geen kinderen heeft en geen vrienden met kinderen heeft, raakt al snel de weg kwijt. Er zijn bijzonder veel verschillende richtingen, niveaus en pakketten waardoor het al snel lastig wordt om alles te snappen.

Hoe werkt het voortgezet onderwijs?

Wanneer de kinderen van de basisschool komen, hebben zij een eindtoets afgelegd. Deze zogeheten CITO-toets speelt een grote rol bij het kiezen van een vervolgopleiding. De cijfers en de score die hier gegeven wordt, is niet doorslaggevend, maar wordt door de meeste middelbare scholen gebruikt als een handvat om de kinderen makkelijker in te kunnen delen. Hierbij worden vaak ook de rapporten gebruikt die door de docenten opgesteld zijn. Deze spelen meestal een aansturende rol wanneer de kinderen een andere opleiding willen doen dan de CITO hen aangeraden heeft.

De keuze voor het voortgezet onderwijs is een belangrijke keuze, omdat hier al besloten wordt welke richtingen open blijven staan. De havo en het vwo zijn bijvoorbeeld opleidingen die gericht zijn op een volgende opleiding op het hbo of de universiteit. Het vmbo en het praktijkonderwijs zijn niet direct gericht op vervolgonderwijs, al is het normaal dat de mensen van het vmbo naar een beroepsgerichte vervolgopleiding gaan zodat zij direct in kunnen stromen.

Het veranderen van opleiding tijdens het volgen van het voortgezet onderwijs is lastig. De verschillende opleidingen zijn ingedeeld naar bepaalde richtingen met een bepaalde focus. Wanneer een scholier een switch wil maken, betekent dit doorgaans dat er punten ingehaald moeten worden voor een bepaald vak. Hoe eerder dit gebeurt, hoe groter de kans is dat dit succesvol voltrokken kan worden. Is het echter niet mogelijk, dan kost dit al snel een extra jaar op de middelbare school. Wil je een opleiding op een hoger niveau doen, dan kost je dit tegenwoordig minstens één jaar. In de praktijk zien we echter dat het vaak langer duurt.

Het probleem van het voortgezet onderwijs in Nederland

Het voortgezet onderwijs in Nederland is prima geregeld, maar er is een probleem dat steeds groter wordt voor de scholieren en het onderwijs zelf. Op het moment dat er een keuze gemaakt moet worden, zijn de kinderen twaalf of dertien jaar. Zij moeten dan al kiezen welke richting zij op willen gaan. Dat lijkt niet zo erg, maar dat is het wel. Elke richting die je kiest, geeft je bepaalde mogelijkheden voor de toekomst. Tegelijkertijd vallen andere mogelijkheden af. De keuze die zij op die leeftijd moeten maken, is een keuze die de rest van het leven kan bepalen. En aangezien de kinderen zo jong zijn, is dat het probleem en de stress van de ouders die daar vaak nog lang last mee kunnen hebben.